Op 25 mei 2014 is het 'moeder aller verkiezingen', op die dag zullen alle Belgen boven de 18 jaar naar het stemhokje trekken om hun vertegenwoordigers te kiezen, zowel op Europees, federaal als gewestelijk niveau (Vlaanderen, Wallonië en Brussel). Eénmaal de stemmen zijn geteld en de zetels zijn toegekend, is de kous nog niet af, want dan is het tijd voor de regeringsvorming.

 

Op federaal niveau

De dag na de federale verkiezingen, 26 mei dus, zal de regering-Di Rupo I haar ontslag aanbieden aan de koning. De regering blijft wel nog bevoegd voor de lopende zaken, de ontslagnemende regering blijft dus besturen totdat er een nieuwe gevormd wordt.tekstvak1

Daarna heeft de koning gesprekken met de belangrijkste politici van het land, zoals de voorzitters van Kamer en Senaat en de voorzitters van de voornaamste politieke partijen.

Na de gesprekken duidt de koning een informateur of een formateur aan. De eerste is een politicus die informatie verzamelt bij de verschillende partijen en die nagaat met welke partners er een meerderheid kan gevormd worden. Hij brengt verslag uit bij de koning en adviseert hem over een aanstelling van de formateur. De functie van informateur is niet noodzakelijk, ze treedt meestal in werking wanneer er meerdere mogelijkheden zijn om een regering te vormen.

tekstvak2Een formateur kan dus ook onmiddellijk aangeduid worden door de koning. Zijn taak is het vormen van een meerderheid. Wanneer hij in zijn opdracht slaagt, wordt hij meestal de eerste minister van de nieuwe regering. De formateur moet ook een regeerakkoord opstellen, dit is de basis van de samenwerking van de regeringspartijen. Wanneer deze partijen het regeerakkoord aanvaarden, worden de postjes van ministers en staatssecretarissen onder elkaar verdeeld. Deze ploeg wordt voorgesteld aan de koning, daarna benoemt hij de ministers en de regering legt de eed af voor de koning. Indien de regering vertrouwen krijgt van de Kamer, dan kan het regeerakkoord worden uitgevoerd.

Een coalitie moet bestaan uit meer dan de helft van de kamerleden. De kamer telt 150 leden, dit wil zeggen dat minimum 76 kamerleden tot de regeringspartijen moeten behoren. Hieronder zien jullie een voorstelling van de huidige zetelverdeling van de Kamer.

bron: wikipedia

bron: Wikipedia

De huidige regering bestaat uit PS (26), MR (18), CD&V (17), Open VLD (13), SP.a (13) en CDh (9), een totaal van 96 zetels, een grote meederheid dus. Hier valt op dat de grootste partij (in dit geval N-VA) geen lid moet zijn van de coalitie. Ook maakt het het geen verschil uit of de regeringspartijen Vlaams of Waals zijn, zo was het mathematisch mogelijk dat N-VA (27), CD&V (17), Open VLD (13), SP.a (13) en LDD (1), allemaal Vlaamse partijen, een meerderheid zouden vormen, maar in praktijk is dit ondenkbaar.

Zo zie je maar, na de verkiezingen is het politiek spel nog niet gespeeld.

Deel dit artikel

Powered by CoalaWeb

BPolitix op Twitter

BPolitix op Facebook!